Het regentschap van keizerin Agnes

Het Ottoonse rijk had de vorm van een “consensusheerschappij”. In allerlei vormen van beraadslaging stelden koning en vorsten gezamenlijk vast wat er moest gebeuren. Een van de ernstigste en frequentste verwijten die Hendrik IV gemaakt werden, was dat hij zich niet of door verkeerde personen had laten beraden. [1]

Dit was niet alleen maar de schuld van Hendrik IV want het probleem van de raadgeving was niet nieuw. Al jaren voordat Hendrik IV zelfstandig begon te regeren, was het Ottoonse model aan het verdwijnen en werd er geëxperimenteerd met nieuwe, meer centralistische bestuursvormen. Hendrik III kreeg nog in de jaren tussen 1040 en ’50 meermaals het verwijt dat hij zich teveel  en door bijna iedereen liet beraden, wat tot een onduidelijke koers moest leiden. Hij droeg echter al veel bevoegdheden over aan de aartsbisschoppen van Keulen en Hamburg-Bremen en aan zijn “vice-dominus” Benno die het paleiscomplex te Goslar financieel bestuurde en tevens op religieus gebied als  inquisiteur optrad.

Keizerin Agnes werd bekritiseerd omdat zij teveel macht in handen gaf van één raadsheer, namelijk bisschop Hendrik van Augsburg, die tevens de opleiding van de jonge Hendrik IV voor zijn rekening nam[2]. Zij creëerde een nieuw ambt, dat van de palatio praesidentes.[3] Het leidde tot felle reacties van heren die zich gepasseerd voelden, wat tenslotte culmineerde in de ontvoering van Hendrik IV.

Recent onderzoek heeft aannemelijk gemaakt dat Agnes op 22 november 1061 de weduwesluier aannam. Dit is vijf jaar na het overlijden van Hendrik III, wiens sterfdag op 5 oktober 1061 herdacht werd met de plechtige inwijding van de dom te Speyer. Hendrik IV werd op 11 november 1061 elf jaar oud, was daarmee in zijn twaalfde levensjaar en volgens de maatstaven van die tijd geen kind meer. Voor Agnes leek dit een goed moment om zich wat meer op de achtergrond te houden. 22 november, St. Caecilia was de dag waarop Hendrik III  en Agnes in 1043 met elkaar getrouwd waren.

Na de sluieraanname nam de kritiek op Agnes zelfs nog toe. Bonizo, een aanhanger van Hendrik IV schreef in het Liber ad Amicum, “Intussen hielden de aartsbisschoppen, bisschoppen, abten, hertogen en graven van de Teutonici hun eigen rechtszitting, waar zij besloten dat de keizerin van toen af in de kleren van een privaat persoon zou moeten leven, want zij oordeelden dat het ambt niet het oordeel van een vrouw verdiende, zowel omdat zij een monnik (non?) was en het niet gepast was voor haar om wereldlijke zaken te dienen en omdat hun heer (Hendrik) al beschouwd werd alsof hij de volwassen leeftijd bereikt had. En bij algemeen besluit decreteerden zij dat de eerbiedwaardige Anno, aartsbisschop van Keulen, het regentschap zou uitoefenen over koning en koningin; en Wibert verwerpend stelden zij Gregorius van Vercelli aan als kanselier van het Italiaanse koninkrijk”.[4] De anonieme biograaf van Hendrik IV bevestigt dat  de moeder van haar zoon beroofd werd, “zij gaven als reden dat het niet gepast was dat het rijk bestuurd werd door een vrouw, hoewel over vele koninginnen te lezen is dat zij koninkrijken bestuurd hebben met mannelijke wijsheid.[5]

Agnes beschikte over enorme bezittingen die zij van haar echtgenoot ten geschenke had gekregen. Nergens wordt vermeld of zij zelf een belangrijke  bruidschat had meegebracht.  Bij het huwelijk schonk Hendrik haar verscheidene landgoederen.[6] Op 30 november 1043 kreeg Agnes van hem de burcht Scheidungen) aan de Unstrut bij Naumburg. Eveneens op 30 november 1043 te Ingelheim ontving Agnes het door Hendrik (van zijn moeder Gisela) geërfde landgoed Cholibez (Kölbigk) . Met kerstmis 1043 in Trier kreeg Agnes de beroemde abdij St. Maximin ten geschenke, met de bepaling dat de aartsbisschop van Trier verplicht was tot hofdienst aan de koningin. De echtheid van deze oorkonde is overigens omstreden. Op 18 januari 1044 schonk Hendrik haar de volgende landgoederen die hij geërfd had: Dietfurt, Wettelsheim,en Pappenheim aan de Altmühl bij Eichstädt. In 1046 volgde er een nieuwe golf van geschenken, landgoederen die Hendrik uit de nalatenschap van Ekkehard van Meissen gekregen had. Het betrof een landgoed in Izzolani in de gouw Weytaha in de graafschap van Ekkehard van Meissen[7] het landgoed Wirena in de gouw Wetereiba in de graafschap Malstad van graaf Bertoldus[8];  een landgoed dat markgraaf Ekkehard bezat in de burchtvoogdijen Rochidez en Lisnich en in de burchtvoogdijen Grobi en Bolechma en een in de burchtvoogdij Choldistsch (Colditz) in de Mark Meissen [9]; de hoeve Gamundium in het bisdom Terdunensus[10]; een hoeve genaamd Marin in het bisdom Terdunensus.

Alleen van deze schenkingen zijn de bijbehorende oorkonden bewaard gebleven. Het lijdt echter geen twijfel dat Hendrik haar nog veel meer gaf. Uit de schenkingen die zij zelf deed na de dood van haar gemaal blijkt dat zij bezittingen had in de Harzgau, de Hessengau, Deleminzegau, Lahngau, Gau Engern, Gau Schwalbfeld, Schwabengau, Wetterau, Mark Meissen, Moezelgebied, Neder-Oostenrijk, Beierse Oostmark, de Nordgau en Italië[11].

Behalve dit landbezit beschikte Agnes ook over kostbare kleding en een schat aan juwelen. De kledij van Agnes en Hendrik beïnvloedde het modebeeld van hun tijd. De byzantijnse stijl bleef “in”, maar in plaats van de zakachtige gewaden van hun voorgangers droegen zij nauwsluitende kleren die de lichaamsvormen benadrukten[12]. Hiermee vestigden zij de aandacht op hun “schone gestalte”.  Agnes droeg diverse sieraden, zoals blijkt uit de zogeheten “Mainzer schat van koningin Agnes”.[13] Deze bestaat uit ringen, fibula’s, meerdere halve maanvormige oorhangers,  en spelden waarmee een sluier aan het haar kan worden bevestigd. Het meest opvallend waren een buitengewoon fraaie en kostbare juwelenkraag met bijpassende borstbedekking, die een imitatie vormden van de byzantijnse keizerlijke insignes  loros en maniakion.

Agnes had een speciale theologie-leraar, de later heilig verklaarde Ulrich van Zell, een neef van bisschop Nitker van Freising (1039-1052), die in zijn jonge jaren kapelaan was aan het hof van zijn peetoom Hendrik III. Dit hof werd door de biograaf van Ulrich vergeleken met dat van Nebukadnezar, waar de jonge heilige bijna als een gevangene leefde. Hij die eeuwige kuisheid had gezworen[14], leed zeer onder alles wat hij in de omgeving van de keizer te zien kreeg. Agnes streefde ernaar van zijn vroomheid te leren.[15] Zij voelde zich aangetrokken tot zijn beminnelijkheid en de “zoetheid van zijn manieren’, wat betekent dat Ulrich er ondanks zijn vroomheid en ascese hoofse manieren op na hield.

Kapelaan Ulrich van Zell leerde haar “de onmatigheid van begeerten aan het hof vermijdend”, in weinig vleiende bewoordingen hoe zij haar geest moest sieren met heilige deugden in plaats van “de verwelkte bloem” van haar lichaam te “bepleisteren” met de weelde van kostbare gewaden.[16]

In de laatste jaren van haar leven wijdde Agnes zich geheel aan het geloof en gaf zij al haar bezittingen weg. Aan het klooster Monte Cassino gaf zij bijvoorbeeld het volgende:

“schitterende geschenken, te weten een kazuifel (“planetam diaspram”), geheel aan alle kanten met goud bedekt; een wit zijden kleed (“alba”), vanaf hoofd en schouders, bij de handen met een rand mooi versierd, bij de voeten met een brede, ellenlange zoom; een bovenkleed (“amicta”) met borststuk (“brusto”), twee purperen mantels (“pluviales”) versierd met gouden zomen; een verscheurde lap met gouden zomen om voor grote altaren te hangen[17]; een grote Griekse mantel (“pallium”) met olifanten, die dorsale genoemd wordt; een evangelieboek versierd met gedraaid zilver en zeer mooie gouden opschriften en ook twee zilveren gedraaide kandelaars van 12 pond.”[18]

Petrus Damiani beschreef haar aankomst in Rome nadat zij afstand gedaan had van haar aardse bezittingen: “Haar kleed was zwart en van wol, haar rijdier een slecht paard, nauwelijks zo groot als een ezel. Op haar hoofd lag een sluier; een zak verving het purper, een psalterium nam de plaats van de scepter in. De tere hals, waar vroeger een ketting met goudplaatjes en roodachtig glanzende parels hing, werd nu stuk geschuurd door de ruwe kraag van het wollen kleed.”

Twee brieven van keizerin Agnes:

  1. Keizerin Agnes verzoekt abt Hugo van Cluny haar gestorven gemaal op te nemen in de dodenherdenking van het klooster en verzoekt om bijstand voor de troonopvolger (Hendrik IV). (na 5 oktober 1056)

Dilectissimo patri et omni acceptione digno HV(goni) abbati A(gnes), quaequae modo Deo iubente sit, salute et deuotem obsequium.

Quia in luctum versa est cithara mea, pro gaudio gemitum, pro exulta-tione, quam litterae uestrae fecerant, refero lamentabilem planctum. Cor tamen merore tabidum refugit ex toto referre. Quapropter et quia uelox fama malorum, ut credo, meum uobis dolerem nuntiauit, precor, ut dominum meum, quem diutius in carne seruare noluistis, saltim orando cum uestro conuentu defunctum Deo commendetis, filiumque uestrum diu sibi heredem fore ac Deo dignum obtineatis, et turbas, si quae contra eum in uestris uicinis partibus regni sui oriuntur, etiam consilio sedare studeatis. Vale, pater.

  1. Keizerin Agnes verzoekt Abt Albert en het convent van Fruttuaria om opgenomen te worden in hun gemeenschap en beveelt zich aan bij hun voorbede.

A(gnes) imperatrix et peccatrix A(lberto) patri bono et fratribus in Fructuaria congregates in nomine Domini seruitutem ancillae, cuius oculi in manibus dominae suae sunt.

Conscientia mea terret me peius omni larua omnique imagine; ideo fugio per sanctorum loca, quaerens latibulum a facie timoris huius. Ne minimum desiderium est mihi ueniendi ad uos, de quibus comperi, quia uestra intercession certa salus est. Sed nostrae profectiones in manu Dei sunt et non in nostra uoluntate. Interim uero mente adoro ad pedes uestros,rogans, ut Gregoriana pietate in traianum petatis mihi ueniam a Domino: quia namque ille unus homo ab inferni claustris exorauit paganum, multi uos facile saluabitis christianam unam. Quodsi decreueritis, peto, ut in signum pietatis societatem et fraternitatem uestram mandetis et mittatis mihi quam primum.

Rogo etiam, ut paruum, quod mitto, munusculum admonitionis signum suscipere dignemini, quatenus credam, quia de me curare inceperitis. Valete; et tu pater bone, diligenter commenda me spiritalioribus fratribus de coenobiis atque cellis, ut faciant me participem in orationibus et ieiuniis atque omnibus benefactis suis.

Emotionele uitbarstingen van Agnes zijn ook op andere plaatsen geregistreerd. Zij kon tekeer gaan als “een razende furie”[19]. Zij was soms koppig en eigenwijs.[20] Zij barstte in tranen uit toen een tafel met de relieken van St. Remaclus bezweek en een bediende hierdoor een been brak[21].

Bij een andere gelegenheid verklaarde zij zich tegenover Gisolf van Salerno bereid “honderd pond goud en een vinger” te offeren om een gevangen vriend, graaf Maurus van Amalfi, vrij te kopen[22]. Of de vinger van Agnes werkelijk afgehakt werd vermeldt het verhaal niet, maar duidelijk is dat zij in staat was heel ver te gaan in haar fanatieke bereidheid tot offers.

Eodem tempore Agnes imperatrix huiusmodi seditiones iam diu sedare summopere contendens, exitu felici XVIIII. Kal. Ianuarii diem ultimum clausit. Que duodeviginti ex quo sacro velamine consecrata est annis, regia gloria et una vitae mundanae voluptuosis deliciis pro regno Dei spretis, vitae religiose stadium certatim aggresa est. Psalmodiae et orationibus die ac nocte indefessa semper institit; carnem suam cum viciis et concupiscentiis, utpote que Christi revera secutrix fuerit, semet ipsa verissime abnegata, sedula nimis crucifixit. Ipsi quippe cum desiderabili cordis compunctione lacrimae sibi divinitus date panes fuerunt sine intermissione; sic cum Ezechia semper recogitans omnes annos vitae in tanta amaritudine animae suae. Quanto enim magna fuit in seculi magnalibus, tanto se humiliavit in omnibus. Unde respexit ad humilem et spitritu pauperculam Spiritus sanctus. Regiis insignibus depositis et in pauperes Christi et aecclesias dispertitis, vilibus usa est vestimentis, illud maxime non in hoc solummodo sed in omnibus attendens, ut ne quid nimis sit. Cottidianis confessionibus non solum operum, verum quoque cogitationum inordinatarum nec non insomniorum, sese sui in principio accusatrix expurgare solita est. Ipsa quippe magistros oboedientiarios, quos pre caeteris religiosiores et prudentiores noverat, semper individuos secum sollertissima habebat, quorum cottidiana lectione, collatione, disciplina et contuitione salutari discretissime se undique premuniri cupiebat. Quicquid enim illi oneris per oboedientiam imponerebant, sine mora Deo subdita voluntativa satis supportabat. Ieiunia illius simplicia et non supersticiosa, victus modestus et satis sobrius et mirabiliter temperatus erat, et ad mensulam eius semper ex divinis recitabatur lectio, que fuerit etiam cibus et delectabilis anime refectio. Illic conviva Christus semper in pauperibus officiose procurabatur.Fecit namque sibi amicos de mammona iniquitatis, ut cum deficeret, in aeterna eam tabernacula reciperent. Quicquid enim de suis habere poterat patrimoniis, que amplissima tantae personae responderant, preter manifestas necessistates, cottidie in huiusmodi studiose disperserat. Balnearum fomenta et plumarum molliciem omnino devitabat. Stratum eius frequentius terra fuit, seu quid aliud de durioribus, psiathio, tapetio sive paleis rarissimis preparata; et cum paulisper fragile corpusculum dormitiuncula rapta reficeret, ilico ad vigilias orationesque solitas nimis inpigerrima fervebat. Cui Christus in corde, psalmus verbumque illius semper in ore sonuit. Quid tunc sibi laboris insumpserit, ipse solus testis et conscius est, cum quo tam intime conversata est. Omnes suos tam ultra modum diu noctuque laborando convicerat, in vestimentis pauperum manibus suis consuendis, ipsisque pauperibus sordidulis, sed pre caeteris scabiosis, leprosis, ulcerosis, sanie profluenti tabidis sive qualibet passione fetidis, accuratissime balneandis, confovendis, vestiendis, visitandisque operosa Christo ministraverit, et omnibus servis Dei se tota humilitate humanissimam exhibuerit et liberalem omnimodis, chorus huiusmodi et turba per terras in id ipsum conclamitans, predicare non quiescit. Quippe omnibus ubicumque per ecclesias aut monasteria vitae religiosae personis, qualitercumque largitatis suae impendiis communicare conabatur, et sic privatim et communiter fraternitatis eorum et orationum memorias sedullisima participabat. Hereticis autem et ypocritis, ut absque personarum acceptione magnae in omnes libertatis et invectionis erat, nimis aspera, auctoritate et coargutione magisteriali satis infesta resistebat, et maxime nicolaitis et symonianis. Primum namque cum a nonnulis regni primatibus obnixe rogaretur, ob filii sui puerilia dehinc vero iuvenilia errata coercenda seu temperanda, ut in Theutonicis partibus monitrix illius et correctrix materna disciplina et libertate caeteris sollertior et familiarior moraretur, aliquantisper  consensit. Demum vero cum filio suo eiusque a secretis tantotiens commonitis et omni arte et ingenio coargutis, obiurgatis, obsecratis oportune pariter et importune, et nec minimum quid propterea correctis, immo potius deteriora molientibus, omnino abhominabilis nec non etiam gravis ad videndum fieret, tot insolentias, rapinas, invidias, repugnantiam, vecordias et multifarias eorum insanias diutius pati recusans, se Romam ad sanctum Petrum et tot sanctorum contubernia cum omnibus suis ex toto contulerat. Illic quicquid de bonis suis habere poterat, in usus pauperum cottidi expenderat, et sic vitae sanctae et religiosae provectu in dies se semper in anteriora extendens et posteriora obliviscens, supernae vocationis bravium legitime certando cursumque sonsummanda, ibidem triumphaliter et glorianter persecuta est. Cum autem pro tot magnificis vitae tam beatissimae remunerandae pietatibus tempus instaret, febrium languarore letaliter ultra solitum arrepta, quarum intemperantiam ipsa medicianalis artis non imperita ante multotiens mitigare consueverat, per dies XIIII semper horas viribus corporis diminutis, mentis autem in Christo gratiosius amplificatis et corroboratis, egerrime multum defecti et contabuit. Postremo cum ad usque finem perventum est, bonis illius iam ab ea in usus pauperum et aecclesiarum discretissime dispositis, convocatis ad se in primis domno apostolico, cunctis fidelium suorum et amicorum personis carissimis, quibus ultimum vale faciens, aimam sum commendaverit, et omnibus suis prout desideravit ordinatis, communicata dehinc devotissime eucharistia, cum caeteris orantibus et psallentibus et ipsa una psallens et gratias agens, in manus Dei et sanctorum Petri et Pauli spiritum suum exultanter commendavit. Tandem domnus apostolicus exequialibus officiis, missarum sollemniis, elemosinis, vigiliis quoque per aliquot dies sollemniter pro anima illius celebratis, in aeccelsia sancte Petronellae, que Vaticanum Appolinis appellatur antiquitus, iuxta altare dominicum, ad latus scilicet sancte Petronellae, sacrum Agnetis imperatricis apostolica sua indulgentia et absolutione tantotiens a peccatis remisse corpusculum, in sarophago consignatum, cum ymnis et laudibus totius sanctae Romanae aecclesiae in id ipsum consonantibus dignater sepelivit.

 

(Bertholdi Chronicon (Forma secunda)), 182-188

In deze tijd, op de 14e december, besloot keizerin Agnes, die al lang haar uiterste best deed dit soort opschudding te bezweren, haar leven met een zalig einde. Nadat zij met de heilige sluier gewijd was, volgde ze de loopbaan van een religieus leven ernstig gedurende 18 jaren. Zij streefde, de koninklijke eer en de zinnelijke vreugden van het wereldlijke leven verachtend, naar het rijk Gods. Dag en nacht gaf zij zich onvermoeibaar over aan psalmengezang en gebed; haar lichaam met zijn fouten en begeerten kruisigde zij uiterst vlijtig als een ware navolgster Christi, nadat zij zich waarachtig zelf verloochend had. Naast de wenselijke doorboring van haar hart waren namelijk de door God geschonken tranen ononderbroken haar brood, terwijl zij met Ezechias tijdens haar leven voortdurend in zo grote bitterheid haar ziel gedacht. Want hoe groter de heerlijkheid van de wereld was, des te meer vernederde zij zich in andere dingen. Daarom zag de Heilige Geest de arme gedeemoedigde in de geest aan. Nadat zij de koninklijke sieraden afgelegd en onder de armen van Christus en de kerken verdeeld had, droeg zij slechts eenvoudige kleren – niet alleen in dit maar ook andere opzichten erop gespitst al het overbodige te vermijden. Zij was gewend als haar eigen eerste aanklaagster in dagelijkse biecht, zich niet alleen van haar daden maar ook van haar onordelijke gedachten en dromen te reinigen. Ze stond er namelijk op gewetensberaders, die zij voor vromer en verstandiger dan de anderen aanzag, als onafscheidelijke begeleiders om zich heen te hebben en was in haar begeerten zeer omzichtig strevend, door haar dagelijkse voorlezing, overweging, discipline, en heilzame meditatie overal beschermd te zijn. Want welke last deze haar ook onder beroep op haar gehoorzaamheidsplicht oplegden, de uit vrije wil aan God onderdanige verdroeg het zonder uitstel en ook toereikend. Haar vasten was eenvoudig en niet bijgelovig, haar eten bescheiden, zeer nuchter en wonderlijk matig en aan haar kleine tafel werd altijd uit de heilige schrift voorgelegen, wat haar ook een spijs en een verrukkelijke verkwikking van de ziel was. Daar, bij de armen, werd Christus altijd zorgvuldig als gast bediend. Zij maakte namelijk met de onrechtvaardige Mammon vrienden, opdat deze haar, wanneer het haar aan alles ontbrak, in de eeuwige hutten opnamen. Want wat zij uit haar erfgoederen betrekken kon, die een zo hoge vrouw rijke inkomsten verschaften, dat verdeelde zij, uitgezonderd haar eerste behoeften, dagelijks zorgvuldig op deze wijze. De warmte van de baden en de zachtheid van de veren meed zij volkomen. Haar bed was vaak de aarde of wat verder maar tamelijk hard was, uitgerust met een biezen mat, een tapijt of zeer weinig stro, en als zij haar zwakke lichaampje, door slaap overmand, een beetje verkwikt had, drong zij meteen zeer onverdroten naar haar vertrouwde vigiliën en gebeden. Voor haar, die Christus in haar hart droeg, klonk het psalmengezang en zijn woord steeds in de mond. Van de zware lasten waaraan zij zich onderwierp, is alleen hij alleen getuige en medewetende met wie zij zo’n vertrouwde omgang had. Alle mensen in haar nabijheid heeft zij door haar langdurige streven zelfs ’s nachts bovenmatig geïmponeerd, door het naaien van kleding voor de armen met haar eigen handen, door zeer handig baden, verzorgen, kleden en bezoeken van de vuile armen, vooral die aan schurft, lepra en zweren leden, die vuilnis veroorzaakten, van wie etter vloeide, of door een kwaal stonken, hiermee diende de vlijtige Christus. En tegenover alle dienaars van God toonde zij zich volkomen deemoedig, zeer menslievend en vrijgevig in elk opzicht, zoals dit de schare van deze lieden en de menigte in het hele land uitriepen en niet nalieten te verkondigen. Zij probeerde namelijk alle mensen met een religieus leven in kerken of kloosters, zo goed als zij maar kon, aan haar geldschenkingen en vrijgevigheid deel te laten nemen en zo nam de zeer bevlogen vrouw privé en in gemeenschap aan de herinneringen en verbroedering en haar gebeden deel. Ketters en huichelaars echter en zeer in het bijzonder de Nicolaïsten en Simonisten weerstond zij, terwijl zij zonder aanzien des persoons tegen allen zeer vrijmoedig met kritiek was, uiterst hard en zeer vijandig en met meesterlijke autoriteit en de gave van de weerlegging. Toen zijn namelijk aanvankelijk door de vorsten in het rijk intens verzocht werd, zich in de Duitse gebieden op te houden, om de kinderlijke en later jeugdige misstappen van haar zoon bij te sturen of te matigen – als zijn raadgeefster en tuchtigster met moederlijke discipline en vrijmoedigheid indringender en vertrouwder als de anderen – heeft zij enige tijd toegestemd. Ten slotte echter, toen zij haar zoon en zijn vertrouwde raadgevers zo vaak vermaand en op elke geestrijke wijze gepasseerd had en met verwijten en smeken, of het nu gelegen of ongelegen kwam en zij zich in het geheel niet verbeterden, ja zelfs nog ergere dingen uithaalden en zij haar vervelend en lastig vonden, toen weigerde zij zoveel onbehoorlijks als hun  rooftochten, hun nijd en tegenstand, hun waanvoorstellingen en veelvuldige dwaasheden nog langer te verdragen en begaf zich definitief naar Rome, naar de heilige Petrus en de gemeenschap van de heiligen. Daar verdeelde zij dagelijks alles, wat zij uit haar goederen kon krijgen, om aan de armen te besteden; en ter bevordering van een heilig en godgevallig leven streefde zij van dag tot dag steeds meer voorwaarts, vergat het achter haar liggende en volgde daar triomferend en glorieus de prijs der hemelse beroeping, terwijl zij op de rechtmatige wijze streed en haar loopbaan voltooide. Tot echter de tijd aanbrak, haar voor een met zoveel heerlijk vrome daden van haar zeer zegenrijke leven te belonen, werd zij door een ongewoon sterke koorts dodelijk gegrepen, waarvan de hevigheid zich vroeger, daar zij zelf in de heelkunde niet onervaren was, vaak gewend was te milderen, en kwijnde 14 dagen in zware ziekte weg en verviel, terwijl zij constant van uur  tot uur aan lichaamskrachten afnam, geestelijk echter genadevol in Christus verhoogd en gesterkt werd. Op het laatst, als zij aan haar einde gekomen was, en nadat zij over haar goederen al ter gebruik door de armen en de kerk zeer verstandig beschikt had, riep zij vooral de apostolische heer, dan al haar dierbaarste getrouwen en vrienden bij zich, wie zij een laatste vaarwel zei en haar ziel aanbeval, en nadat zij al het door haar gewenste geordend had en het heilige avondmaal zeer aandachtig ontvangen had, onder gebeden en psalmgezangen der anderen, terwijl zij zelf psalmen zong en dank zegde, beval zij haar geest, jubelend, in de handen Gods en de Heiligen Petrus en Paulus. Nadat de uitvaartdienst, plechtige missen, verdeling der aalmoezen, ook vigiliën enige dagen lang plechtig omwille van haar ziel gecelebreerd waren, bewaarde de apostolische heer ten slotte het heilige lichaam van de keizerin Agnes, dat door zijn apostolische zorg en bevrijding van haar zonden bevrijd was, in een sarcofaag in de kerk van de heilige Petronella; onder hymnen en lofgezangen van de gehele kerk van Rome die daarin samen weerklonken, werd zij eervol begraven.

 

[1] Althoff, G., Heinrich IV, 23.

[2] Black-Veldtrup, M., 358.

[3] Black-Veldtrup, M., 356.

[4] Bonizo, Liber ad Amicum. Lib. VI, pp. 595-6.

[5] C. 2, pp 13-14

[6] Bulst-Thiele, 114.

[7] DHIII. 160

[8] DHIII. 161

[9] DHIII. 162

[10] Bulst-Thiele, 114

[11] Bulst-Thiele, 116. Bulst-Thiele bestrijdt dat het hier ging om rijksgoed.

[12] M. Vogt-Lüerssen, Alltag im Mittelalter,

[13] Door Hendrik IV naar een  joodse lommerd gebracht, verstopt tijdens een pogrom, in de 19e eeuw door grondwerkers terug gevonden.

[14] De “eunuch van Christus” ging later als monnik in Cluny zelfs zo ver dat hij uit woede over zijn onmacht zich te beheersen, zichzelf probeerde te ontmannen met behulp van een gloeiend ijzer. Ex Vita s. Udalrici prioris Cellensis, c. 3, n. 8.

[15] Bulst- Thiele, 22.

[16] Ex Vita s. Udalrici prioris Cellensis, c. 5.

[17] Misschien een verwijzing naar de Voorhang van de Tempel, die van onder tot boven in tweeën gespleten werd toen Christus aan het kruis stierf.

[18] Bulst-Thiele, 95.

[19] ‘Furia illa debacchans”, brief van de domscholasticus Meinhard. Bulst-Thiele, 42.

[20] Ibidem.

[21]

[22] Bulst-Thiele, M.L., 94; Meyer v. Knonau III, 94, cit. Amatus, lib. VIII, c. 3. “Et finalment Agnés imperatrix se mist en mege, quau estoit fame cristianissime et devotissime, et metoit sa cure en les prisons, et en conforter li poure et appareillier léglise. Don vint a Salerne et se geta a li piez de lo prince, et prometoit de paier cent livres de or en faire soi taillier le doit, et solement delivrast cestui Maure.“

Advertenties

Over Ria van Loenen

Historica en tekstschrijfster, werkt aan de eerste biografie van de middeleeuwse koning en keizer Hendrik III (1039-1056), heeft een aantal essays over keizer Hendrik IV (1050-1106) geschreven en werkt aan een reconstructie van het leven van zanger en componist Marc'Antonio Pasqualini (1614-1691).
Dit bericht werd geplaatst in Afkomst en jeugd. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s