Een omslag in de cultuur

Eenvoudig en praktisch.

Hendrik IV had een andere smaak dan zijn vader Hendrik III, die graag de overvloedige Byzantijnse cultuur citeerde. Zijn voorkeur lijkt meer uitgegaan te zijn naar strakke, sobere classicistische vormen. Niet toevallig onderscheidden ook zijn notarissen, briefschrijvers en biografen zich door hun uitstekend klassiek Latijn, rechtstreeks ontleend aan Vergilius en Livius.

De in zijn opdracht herbouwde kerk van Speyer en het klooster Limburg vielen op door wat men de “Salische” stijl is gaan noemen.

In een fragment van een gedicht, dat in het laat elfde-eeuwse heiligenleven van St. Servatius bewaard bleef, wordt Hendrik IV een liefhebber van pure eenvoud, een “purae simplicitatis amator” genoemd. Bovendien, zo wordt ons verteld, deed hij een concessie of week hij voor een overmacht (concessit) en stelde hij (in plaats van zichzelf) datgene centraal wat het algemeen belang diende[1].

Tegenover het dogmatisme van de Gregorianen stond de pragmatische houding van Hendrik IV. Hij paste zich aan bij de situatie, gaf mensen datgene wat ze nodig hadden en stelde zich overal voor open. Hij was “gewend iedere persoon, iedere leeftijd, iedere zaak het bij hem passende te verstrekken en kon het bijna niet verdragen iets niet te weten”.[2]

Hendrik IV schiep veel nuttige dingen in de wereld, vond de dichter van de “Goslarer Chronik. [3]

Heinrich der vierdt, des dritten son,

funffjarig alt erlangt die kron,

doch ward aus im ein solcher heldt,

der viel nutz schaffedt in der welt.

In de annalen van Berthold en Bernold wordt minachtend vermeld dat Hendrik IV kerkelijke hoogtijdagen als Pasen en Kerstmis met maar weinig pracht en praal vierde, terwijl tegenkoning Rudolf dit op overvloedige wijze deed.

Deze bijna Protestants aandoende soberheid strekte zich uit tot zijn persoonlijke geloofsleven. Terwijl Hendrik III een enorme verzameling relieken bijeenbracht en in alle kerken eer bewees aan de heiligen, vinden we bij Hendrik IV geen aanwijzingen voor een persoonlijke heiligencultus. Alleen de maagd Maria beschouwde hij levenslang als zijn “Vrouwe” die hij wilde dienen. Ook het tot op de draad versleten psalmenboek dat hij altijd bij zich had en dat door Otto van Bamberg uiteindelijk van een nieuwe band werd voorzien, past in dit beeld.

[1] Iocundi Translatio S. Servatii, MGH SS 12, p. 121, c. 74. “Concessit imperator/Purae simplicitatis amator/Ponens hoc semper in medium/Quod prestet omnibus remedium” (Voor een overmacht week de keizer, liefhebber van de pure eenvoud, altijd datgene in het midden plaatsend, wat voor allen garant staat als redmiddel).

[2] Ekkehardi Chron. Univ. MGH SS. VI, 238, 239.“Omni personae, omni aetati, omnique rei sibi congrua impendere solitus, et vix quicquam ignorare passus.”

[3] Die Goslarer Chronik des Hans Geismar, p. 55.

Advertenties

Over Ria van Loenen

Historica en tekstschrijfster, werkt aan de eerste biografie van de middeleeuwse koning en keizer Hendrik III (1039-1056), heeft een aantal essays over keizer Hendrik IV (1050-1106) geschreven en werkt aan een reconstructie van het leven van zanger en componist Marc'Antonio Pasqualini (1614-1691).
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s