De nakomelingen van Hendrik IV

Hendrik IV was vader van meerdere buitenechtelijke kinderen en in plaats van zich te schamen voor zijn zonden tegenover de kerkelijke huwelijksmoraal was hij er nog trots op ook. Ook hier stond hij in de traditie van zijn voorgangers.

“… de uit echtbreuken ontsproten zonen werden toen zij meerderjarig werden als legitieme zonen van staatswege en voor de edelen, versierd en sierlijk uitgedost, met liefde door hemzelf en met genegenheid door de zijnen omhelsd, …”, aldus Manegold van Lautenbach. Voor Jahrbücher-samensteller Gerold Meyer von Knonau waren dit “de walgelijkste, elke zedelijke maatstaf overstijgende aanklachten tegen Hendrik IV”. In werkelijkheid was dit eerbetoon aan de bastaardkinderen een oude keizerlijke traditie. Karel de Grote, die er minstens vijf vrouwen en zeventien kinderen op na hield, bewees zijn toegenegenheid zowel aan zijn bastaardkinderen als aan zijn legitieme kinderen.[1] Over Hugo van de Provence (of Hugo van Arles, 10e eeuw) werd gezegd: “men kent negen vrouwen en bijvrouwen van Hugo en even talrijk waren zijn zonen en bastaardzonen. Zij werden allemaal verzorgd. De een kreeg het aartsbisdom Milaan, een ander het klooster Nonantola, een derde het markgraafschap Tuscië, enz.”[2]

Een van de natuurlijke zonen van Hendrik IV “vocht uitstekend in het leger en behaalde op 15 oktober 1081 een overwinning[3] tegen Mathilde van Canossa”. Deze zoon moet destijds meerderjarig (tenminste 14½ jaar) geweest zijn er werd dus waarschijnlijk vóór 1066 geboren, het jaar waarin Hendrik IV gedwongen werd met Bertha van Turijn te trouwen. Deze – of een andere – zoon van Hendrik IV  kwam in 1092 om het leven bij de belegering van Canossa[4].

Parallel zu den Verhandlungen von Carpineti gingen die Kämpf um Monteveglio weiter. Der Tod eines Sohnes – vermutlich jenes natürlichen Sprosses, der 1080 bei Volta ein markgräfliches Heer besiegt hatte – hat Heinrich IV hier tief getroffen; Er liess ihn wohl in San

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeno zu Verona mit königlichen Ehren bestatten.[5]

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Crypte van San Zeno te Verona met grafmonumenten.

 

 

 

 

Graftombe in de crypte van San Zeno te Verona. Het is de zogeheten tombe van Julia.

 

 

 

Uit het huwelijk met Bertha van Turijn kwamen, nadat de voorgenomen echtscheiding door de paus verboden was, vijf kinderen voort. De oudste zoon Hendrik stierf kort na zijn doop.

De beide dochters heetten Adelheid en Agnes.  Adelheid stierf al op jonge leeftijd en werd begraven in het familiegraf in de crypte te Speyer. Het lijkt alsof Hendrik IV zeer op haar gesteld was. In elk geval deed hij meerdere schenkingen aan de kerk van Speyer die waren opgedragen aan haar zielenheil en haar dodenherdenking. In een oorkonde van 18 juni 1086 wordt hier zelfs extra de nadruk op gelegd.[6] Ook in oorkonden uit 1091[7] en van 10 pril 1101[8] wordt Adelheid herdacht.

De jongste dochter Agnes moet over een ijzeren gezondheid hebben beschikt. Zij werd in twee huwelijken moeder van maar liefst 18 kinderen en bereikte de destijds hoge leeftijd van 70 jaar.

Als kind werd zij in 1079 verloofd met de hertog van Zwaben, Frederik van Hohenstaufen, die, hoewel hij uit en klein en weinig aanzienlijk adellijk huis stamde, een van de belangrijkste aanvoerders in het koninklijke leger was. Het kostte haar vader duidelijk moeite dit offer te brengen. “Mijn dochter, die immers de enige is die ik heb, overhandig ik aan jou, in het noodlot van het huwelijk”, zou Hendrik IV tegen Frederik hebben gezegd[9]. De bruiloft werd nog geruime tijd uitgesteld en vond in 1085 (of 1089) plaats.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er werden 6 zonen en dochters geboren, waaronder Frederik I, hertog van Zwaben( 1090-1147), de vader van Barbarossa en Koenraad III (1093-1152).

Koenraad III

Na de dood van Frederik in 1105 trouwde Agnes met markgraaf Leopold III van Oostenrijk. Volgens een legende vond Leopold jaren later toen hij op jacht was een sluier terug die Agnes eens verloren had en stichtte hij op die plek de abdij Klosterneuburg.

Hun kinderen waren Leopold IV, Hendrik II Jasomirgott, Bertha, Agnes, Ernst, Otto bisschop van Freising, Koenraad bisschop van Passau, Elizabeth, Judith en Gertrude.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leopold IV

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hendrik II Jasomirgott

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Otto van Freising, bisschop en biograaf van zijn neef Frederik I Barbarossa.

 

 

 

 

 

 

De tweede zoon van Hendrik IV en Bertha was Koenraad, die tijdens de Saksische oorlog op 12 februari 1074 in het klooster Hersfeld geboren werd.

De op bijna 2-jarige leeftijd als opvolger van Hendrik IV erkende Koenraad begeleidde zijn vader in 1076/77 op zijn tocht naar Canossa.

Toen Hendrik IV met zijn echtgenote Bertha na het Canossa-avontuur via Aquileia en de steile bergpassen van Karinthië  naar Beieren terugkeerde, vertrouwde hij Koenraad toe aan de zorgen van de anti-Gregoriaanse bisschoppen van Milaan en Piacenza en andere bisschopssteden  in Noord-Italië[10].

Koenraad begeleidde het koninklijke leger bij de tochten naar Italië en bleef daar ook na de keizerkroning van Hendrik IV (?)

Op 30 mei 1087 werd hij in Aaken tot koning gewijd.

Na de dood van Adelheid van Turijn liet Hendrik IV zijn zoon Koenraad in 1092 de mark Turijn in bezit nemen.[11]

 

Door markgravin Mathilde van Tuscië tot overlopen naar het pauselijke kamp bewogen, werd hij in 1093 in Milaan tot koning van Italië gekroond.

Kort na de Synode van Piacenza (1095) legde hij in Cremona een eed af op paus Urbanus II en vervulde de dienst van Strator (maarschalk?), waarop deze hem de keizerkroning toezegde.

Als bondgenoot van Welf versperde hij de weg over de Alpen voor zijn vader, zodat deze 4 jaar lang in een klein gebied van Italië moest blijven.

Urbanus II bemiddelde voor hem bij het huwelijk met Maximilla/Constance, de dochter/zuster van Rogier van Sicilië. Zij trouwden in Pisa.

Op een Rijksdag in Mainz (1098) werd Koenraad voor afgezet verklaard.

Koenraad kreeg onenigheid met Mathilde nadat zij graaf Guido Guerra als adoptiefzoon aannam.

Zijn laatste levensjaren verbleef Koenraad in Florence, een stad die beheerst werd door de Guidi. Hier stierf hij op 27 juli 1101 aan een koorts. Boze tongen beweerden dat Mathilde hem had laten vergiftigen. Hij werd begraven in de kathedraal Santa Reparata, op de plaats waar nu de Dom staat.

Over de dood van Koenraad:

 

Donizo, Vita Mathildis, Lib. II, c. 13, v 919-924:  das Konrad – infra Longobardos comitatus – discors a Mathildi (war): Duravit modicum discordia talis. Nam petiit partes Tuscana rex; ibi tandem nobilibus quidam facientibus expulit iram; ad pacem rimam rediit bene cum comitissa. (SS. XII, 397).

 

Landulf van St. Paulus in Compito, Histor. Mediolanens,, c. 3:  Rex… mox in Tusciam adire temptavit, et cum pervenisset Florentiam, rex ipse prudens et sapiens atque decorus specie, proh dolor adolescens, accepta potione ab Aviano, medico Matildis comitissae, vitam finivit. (SS. XX, 22)

 

Mariani Scotti Chron. Contin. I, a. 1123 (resp. a. 1101): Chonradus, filius imperatoris, in Longobardia veneno periit ….

 

Rec, B, des Chron univ. Des St. Michelsberger Mönches : Chuonradus rex adolescens, nono postquam a patris palatio descesserat anno, Mahtildis, magnae illius et nobilissimae et, ut quidam dicunt, religiosae feminae, sicuit sanguine ita et contubernio conjunctus, et inrebus pere Italiam disponendis tam illius quam domni apostolici ceterarumque Deum timentium personarum consilio semper usus, immaturo praeventus occasu, plena fide et bona confessione a regno transitorio ad aeternum creditur, regnum migrasse. Sunt etiam qui veneno eium dicant interisse

Würzburger Chronik : Chuonradus, filius imperatoris, in Longobaria veneno periit. Testari solent qui aderant, in brachio corporis exanimi crucis signaculum subito exortum se vidisse ipsasque quibusdam miraculis honorificatas fuisse.

Casus monast. Petrishus., Lib. III, c. 45 : veneno vitam finivit atque apud  Florentiam civitatem spultus quiescit (SS V, 562, VI, 219 en 220, XX 648)

 

Donizo zegt : (l.c. v. 925-928) Post ipsam pacem febre tactus  – Julius autem mensis erat- magnus moritur chonradus … Eius habet corpus Florentia florida prorsus.

 

Vita  Heinrici : c. 7 Ein Krieg der zwei Söhne sei vermieden worden, „qui omnia dispensat, hunc metum leto majoris filii sustulit, et ut regnum in unam concordiam redire posset, occasionem dedit .

 

Wlliam van Malmesbury : c. 288, Henricus … habebat filios duos, Conradum et Henricum ; prior nihil impium contra parentem ausus, subjugata italia, apud Arentium civitatem Tusciae dies expleverat »

 

Eigenschappen van Koenraad : Die Charakteristik Konrd’s enhält die Rec. B. des Michelsberger Mönches, die Chron. Univ., a. 1099, wo der vir per omnia catholicus et apostolicae sedi subjectissimus, plus religioni quam fascibus vel armis deditus, fortitudine tamen et audacia satis et super instructus – lectioni quam lusibus vacare malebat – gerühmt wird.  (schon vorher: tantum indolis suae per orbem Romanum diffundeus interim odorem, ut nemo religiosus, nemo sapiens in ipso salutem rei publicae constituendam fore dubitaret); weter hess er miseris omnimodis, sed precipue militibus inopia strictis, compassione et misericordiae fructu proximus, nemini contemptum, nemini vim, nemnini prejudicum intendens, omni personae omnique conditioni affabilis, indeque non immerito Deo et hominibus semper amabilis, ausserdem auch corpore apparime decorus ac statura procerus; dan hess es noch von him: murmur, quod per totum Romanum imperium patris sui mores laniabat, quodque ipsum sibi offensae patris ac suaeab illo discessionis causa extitit, auribus propriss nunquam patiebatur inferri (vorher wurde gesagt: ) Chuonradus causam rebellationis suae paucis tantum ubique familiarissimis in regno detegens), semper illum dominum suum et caesarem vel imperatorum cognominans; universos a palatio patris adventantes sub appaelatione conservorum, licet infimos, sociali benevolentia tractans (SS VI, 211).  (M.v.K. 3, 393, n. 4.).

Over het verband tussen Koenraad en Praxedis: zie ook Albert von Stade, Annales, SS. XVI, 316 u. 317 met dezelfde discussie tussen vader en zoon.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze afbeelding in het Evangeliarium van St. Emmeram (Regensburg) kreeg in “Das Jahrhundert der Salier” het volgende bijschrift: “In het Evangeliarium van St. Emmeram (Regensburg) van 1105/06 wordt de idee van de dynastie eenheid in het Salische Huis tot uidrukking gebracht. Beide zonen van Hendrik IV staan ondanks hun rebellie eendrachtig naast hun vader”[12]

Nu is er met deze afbeelding wel iets merkwaardigs aan de hand. “Heinricus imperator”, de bebaarde figuur in het midden, is de keizer en de oudste in het gezelschap. Aan zijn rechterzijde staat “Heinricus rex”, een jongeman met een snor. Links van de keizer staat “Chuonradus rex”, een jongeling zonder baard en duidelijk de jongste. Koenraad, geboren in 1074, was echter de oudste zoon van Hendrik IV. Hij werd in 1087 tot koning gekroond, inderdaad als baardeloze knaap van 13 jaar. Hendrik V echter, werd geboren in 1081, volgens sommige theorieën zelfs in 1086. Hij was dus zeven tot twaalf jaar jonger dan zijn broer Koenraad. Het is haast ondenkbaar dat een schilder die de Salische dynastie wilde afbeelden hem ouder dan Koenraad gemaakt zou hebben.

Op de onderste helft van de bladzijde zijn drie abten van het klooster St. Emmeram te Regensburg afgebeeld. Ook hier staat de oudste in het midden. Dit is de heilige abt Ramwold (995-1000) met het zilverkleurige haar. Ramwold werd bijna 100 jaar oud. Rechts van hem, met het kalende hoofd maar nog niet grijs staat abt Eberhard I (ca. 1060-1068). Links van Ramwold is abt Rupert afgebeeld (1068-1095), die de opvolger was van Eberhard I. Vermoedelijk is hij de regerende abt.

Het Evangeliarium van Regensburg is waarschijnlijk tijdens de ambtsperiode van abt Rupert ontstaan en werd door Judith, de zuster van Hendrik IV, die als weduwe lange tijd in Regensburg verbleef, meegebracht naar Polen toen zij in 1088/89 een tweede huwelijk aanging met de Poolse hertog Wladisaw I. Het boek kreeg daar bekendheid als het Evangeliarium van Krakau.

De afgebeelde vorsten zijn dan ook niet Hendrik IV met zijn zonen, maar drie generaties uit de Salische dynastie. In het midden zien we keizer Hendrik III met baard. Rechts van hem staat zijn zoon Hendrik IV met de karakteristieke snor waarmee hij gewoonlijk werd afgebeeld en aan zijn linkerzijde de jongste in het gezelschap, koning Koenraad.  Van Hendrik V is er geen afbeelding; hij lag nog in de wieg.

[1] Richer, P, Die Karolinger, 170.

[2] Richer, 283.

[3] Bonitho, L. IX, p. 613, r. 25.

[4] Gisebrecht, W. v., Bnd 3, p. 1106, verwijzend naar Bonitho, p. 677).

[5] Struve, T., 137. Donizo, Vita Mathildis II, 7. p. 77, v. 663-667. Over de slag bij Volta Bernoldi Chronicon 1080, Bonizo, Ad amicum IX (MGH Ldl 1, p. 613, r. 25-26).

[6] “pro animabus parentum nostrorum ac specialiter pro memoria dilectae filiae nostrae Adalheidae, tum nostra salute.”

[7] “Pro remedio animae filiae nostrae Adelheidae et filii nostri Heinrici”.

[8] “Pro anima filiae nostrae Adelheid in Spirensi crypta sepultae”.

[9]  “Filiam quippe unicam quam habeo, tibi in matrimoniam sortiendam trado”. Otto van Freising, Gesta Friderici, Lib. I., c.8.

[10] Bernoldi Chronicon: “Rex …postquam…filium suum symoniacis antiepiscopis, Mediolenensi, Placentino et caeteris per Italiam excommunicatis procurandum commendaverat, ipse uxore assumta.. per Carantaniae abruptas angustias Bagoariam cum paucis clandestina et inopinata surreptione vix intraverat ». M.v.K. III, 20.

[11] Struve, T., Salierzeit im Wandel,136.

[12] Weinfurter, Stefan, Das Jahrhundert der Salier.1024-1125. Kaiser oder Papst. (Sigmaringen, 2004). 170.

Advertenties

Over Ria van Loenen

Historica en tekstschrijfster, werkt aan de eerste biografie van de middeleeuwse koning en keizer Hendrik III (1039-1056), heeft een aantal essays over keizer Hendrik IV (1050-1106) geschreven en werkt aan een reconstructie van het leven van zanger en componist Marc'Antonio Pasqualini (1614-1691).
Dit bericht werd geplaatst in Persoonlijkheid en uiterlijk. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s